hebbes

/ˈhɛbəs/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. een uitroep geuit wanneer men iets heeft weten te vangen
    "Hebbes!" riep hij toen hij eindelijk de gevallen trouwring uit het putje wist te halen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘tussenwerpsel: daar heb ik 't’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1937

Vertalingen

Engelsgotcha