woorden
boek
Start
›
H
›
haageik
haageik
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een eik die men als haag gesnoeit heeft
Dezen waren als de eik en de haageik, waarin na de afwerping van de bladeren nog steunsel is.
Verwante woorden
Haag
Haagbeuk
haagbeuken
Haagbeuklaan
haagbos
haagbossen
haagde
haagden
haagdoorn
haagdoorns
haagdoren
haagdorens
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← haagdorens
haageiken →