grossieren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. in het groot verkopen
  2. in overmaat bezitten
    Zij grossierde niet bepaald in vormen. Met haar benige, tanige en uitgemergelde gestalte was zij meer iemand van duidelijke en consequente lijnen. Maar zij was in haar etherische hardheid onmiskenbaar fascinerend.