gros
onzijdig (het)/ɣrɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eenheid) een dozijn dozijnen, ofwel 144 stuksHij verkocht zijn computers bij het gros.
- (figuurlijk) het merendeelHet gros der mensen vindt dit onaangenaam.
Etymologie
*Komt van het Franse "grosse", wat weer van het Oudhoogduitse groz (groot) komt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek