grootverbruiker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon of instelling die een bepaald goed in grote hoeveelheden verbruikt (of gebruikt)
    Iemand moest het doen. Mooi zinnetje, waarmee in de loop der tijd een scala aan dubieuze of ronduit verkeerde handelingen is verdedigd. Grootverbruiker is Judas, blijkt uit de gelijknamige monoloog die deze bijbelse figuur bij Theatergroep Suburbia mag uitspreken om zijn verraad van Jezus te verdedigen. 'Iemand moest het doen.'Volkskrant VINCENT Kouters 4 september 2015

Vertalingen

Engelslarge-scale consumer