grooming
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɡruːmɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verzorging van (de vacht) van paard of pony
- investering in en opbouw van een (vriendschaps)relatie, met niet al te frisse bedoelingen
- (media) benadering en ontwikkeling van contact met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact
Etymologie
*afgeleid van het Engelse werkwoord 'to groom'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek