grooming

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɡruːmɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzorging van (de vacht) van paard of pony
  2. investering in en opbouw van een (vriendschaps)relatie, met niet al te frisse bedoelingen
  3. media (media) benadering en ontwikkeling van contact met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact

Etymologie

*afgeleid van het Engelse werkwoord 'to groom'