grootje
/ˈɣrocə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon), (familie), (informeel) grootmoeder, omaMijn grootje heeft me dat altijd verteld.
Etymologie
*[2] op te vatten als (verkorting) van "grootmoedertje"
Uitdrukkingen
- n=2 — Naar zijn grootje helpen|{{informeel|nld
- n=2 — Naar zijn grootje zijn|{{informeel|nld
Vertalingen
Engelsgranny
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek