grootgrondbezitter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een heerser, instelling of particulier persoon die in bezit is van een grote oppervlakte aan land
    Nadat de Chinese communisten in 1950 de Chinese Burgeroorlog hadden gewonnen werden alle grootgrondbezitters in de Volksrepubliek China vervolgd.

Etymologie

*samenstelling van groot, grond en bezitter