grondvest
vrouwelijk (de)/ˈɣrɔntfɛst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) (bouwkunde) constructie in de grond die een stevige basis vormt om er een gebouw op te bouwen{{ouds
- (verouderd) (figuurlijk) onveranderlijk en onmisbaar uitgangspunt voor verdere activiteit, organisatie of redenering{{ouds
Etymologie
*: grondvesten zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek