gij
/ɣɛi/
Betekenis
voornaamwoord
- - en . In België dagelijks gebruikt maar in Nederland verouderd.Gij zijt hier welkom.
Etymologie
*(erfwoord): Middelnederlands ghī ‘jullie’ (2e pers. mv.) (dat./acc. u, gen. uwer, uw(e)s), uit Oudnederlands gī, ontwikkeld uit Oergermaans *jūz, bij Indo-Europees *iuH-s, waartoe ook Litouws jūs, Tsjechisch vy, Albanees ju en Sanskriet yūyám behoren. Evenals Nederduits ji, Duits ihr, Saterfries jie, Engels (vero.) ye en Zweeds I. Zie ook uitleg van . Doublet van jij.
Uitdrukkingen
- (Be)zint eer gij begint
- De dorsende os zult gij niet muilbanden — iemand die voor je werkt moet je goed behandelen
- Met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden — op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden
- Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet
Vertalingen
Engelsthou, ye, you
Spaanstú, usted, ustedes
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek