gijlieden

/ɣɛiˈlidə(n)/

Betekenis

voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) u, als beleefde of plechtige vorm van jullie (tweede persoon meervoud)
    Ziet gijlieden dan niet, dat het budget een tekort vertoont (…)

Etymologie

*samenstelling van gij (persoonlijk voornaamwoord) en lieden (zelfstandig naamwoord), dat aangeeft dat het om een meervoud van het rechterdeel van de samenstelling gaat