gekwek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhoudend kwaken van eenden, ganzen of kikkers
  2. het aanhoudend praten
    Als Van der Vegt moest kiezen, zou ze liever een Griekse dan een Romeinse zijn. „Ik houd niet van vechten. En dat eindeloze Griekse gekwek over van alles en nog wat vind ik ontzettend leuk. Wat cultuur en maatschappij betreft zit je bij de Grieken goed. Je werd daar ook niet voortdurend geconfronteerd met familie en dierbaren die weer op oorlogspad moesten. Romeinen gaven het leger altijd maar weer de hoofdrol. Maar als vrouw zou je beter met de Romeinen dan met de Grieken kunnen ruilen.” Reformatorisch Dagblad Tineke van der Waal 03-01-2007 [https://www.rd.nl/boeken/liever-griek-dan-romein-1.1180147 Liever Griek dan Romein]
    Het gekwek is bijna nog luider dan in een klas vol kinderen. Maar deze keer zijn het de leraren die het enorme volume produceren. Tubantia Ellen van Gaalen 17-03-18 [https://www.tubantia.nl/binnenland/jelmer-leert-wereld-een-lesje-onderwijs-kan-zenoacute-veel-beter~aadf4a26/ Jelmer leert wereld een lesje: onderwijs kan zóveel beter]
    De aanwezigheid van tientallen nieuwsgierigen maakte de hulpactie er niet eenvoudiger op. „Mogelijk kon het meisje ons door het gekwek van de omstanders niet goed horen.” Reformatorisch Dagblad J. Visscher 31-01-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/brandweer-redt-meisje-uit-buis-1.1141712 Brandweer redt meisje uit buis]

Etymologie

* van kwekken