woorden
boek
Start
›
G
›
geouwehoer
geouwehoer
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
zeurende en klagende onzin
Al dat slappe geouwehoer op de TV ben ik helemaal zat.
Etymologie
* van ouwehoeren
Synoniemen
geklets
gezeur
gezanik
gezwets
onzin
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← geoutilleerde
geouwehoerd →