geitenneuker

mannelijk (de)/ˈɣɛitəˌnøkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) Arabier of moslim
    Ik begon mijn pijnlijke enkels te masseren. ‘En ik wou dat je eens ophield met die achterlijke vooroordelen.’ Als het je hier niet bevalt, ga dan terug naar je berghut, geitenneuker.
  2. jongerentaal, verouderd (jongerentaal) (verouderd) excentriek persoon, rare snuiter
    "Dag, mijnheer de geitenneuker! Mijnheer de geitenneuker, vaarwel. Goede reis naar de hel!" riep de persoon.
  3. scheldwoord (scheldwoord) verachtelijke man
    "Ik had nooit eerder een seizoen voortijdig afgebroken," aldus de inmiddels volledig opgemonterde Joegoslaaf, "maar ik geloof dat ik juist gehandeld heb." (…) "Van achter de dug-out werd ik constant uitgekafferd. Geldwolf, vreemdeling, geitenneuker riepen ze me toe."
  4. scheldwoord, militair (scheldwoord) (militair) (Nederlands-Indië) man uit Brits-Indië (tegenwoordig: India, Pakistan, Bangladesh)