geiten
/ˈɡɛitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) (pejoratief) zich meisjesachtig gedragen door te giechelen of geheimzinnig te doen
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) een geslacht van evenhoevige zoogdieren uit de familie van de holhoornigen (Bovidae). De wetenschappelijke naam van het geslacht werd in 1758 gepubliceerd door
Etymologie
* "geit" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek