geitenhaar

onzijdig (het)/ˈɣɛitə(n)ˌhar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. weefsel gemaakt uit de haren van geiten
    Ik verlang naar de tent van geitenhaar, weg uit het huis van leem,Zoals ik verlang naar een horizon vol witte kamelen.
  2. vacht van de geit
    In de film draagt Hiddleston een zwarte pruik van mensen- en geitenhaar.
  3. enkel draadje uit de vacht van een geit

Uitdrukkingen

  • harrewarren over een geitenhaar