geblèr
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhoudend luidruchtig huilen, schreeuwen of zeurenEr wordt ook gezongen, haast een spirituele ervaring. Geen etherisch gezang zoals in de gregoriaanse rite, meer het geblèr van de gereformeerde kerkdienst, zij het oneindig veel luider en minder harmonisch. Tubantia Anton C. Zijderveld en Mark van Ostaijen 16-01-12 [https://www.tubantia.nl/sport/godenzonen-het-heilige-gras-en-de-verlosser-voetbal-is-een-religie~a2969850/ 'Godenzonen, het heilige gras en de verlosser: voetbal is een religie']De experts van het Van Gogh Museum in Amsterdam hebben volstrekt gelijk niet zonder meer in te gaan op dat goedkope ’geschreeuw’ van Bogomila. Haar geblèr is ordinaire ’Bogus’: iets dat tijdelijk aandacht trekt maar weinig tot niets voorstelt, behalve een sneue poging tot beroemdheid en snel verdiend veel geld. De Telegraaf 22 nov. 2016 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/1290893/hoogleraar-zit-fout-met-van-goghs 'Hoogleraar zit fout met Van Goghs']
Etymologie
* van blèren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek