gauwigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in de gauwigheid: door (te) snel te handelenRevu-hoofdredacteur Erik Noomen geeft het goede voorbeeld, terwijl andere journalisten het principe van wederhoor in de gauwigheid weleens vergeten.Volkskrant Loes Reijmer Haro Kraak 14 augustus 2015
Etymologie
* afgeleid van gauwig
Vertalingen
Engelshaste
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek