fonologie
vrouwelijk (de)/ˌfonoloˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) de wetenschap die het functioneren van klanken in talen bestudeertEen fonoloog weet veel van fonologie.
- (taalkunde) het functioneren van klanken in een bepaalde taalZij onderzoeken de Nederlandse fonologie.
Etymologie
* In de betekenis van ‘tak van taalwetenschap betreffende fonemen’ voor het eerst aangetroffen in 1855
Vertalingen
Engelsphonology, phonology
Fransphonologie
Spaansfonología
Japans音韻論
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek