fonola
mannelijk/vrouwelijk (de)/foˈnola/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) (geschiedenis) toestel dat een op een rol vastgelegd muziekstuk automatisch afspeelt op een pianoOorspronkelijk ging het om een voorzetapparaat, later kwamen er ook ingebouwde varianten; al voor de Tweede Wereldoorlog maakte de opmars van de platenspeler een einde aan de populariteit van dit toestel.Verder waren er in zijn ouderlijk huis twee piano's en een fonola, die door zijn moeder bespeeld werd.{{ouds|1935/46Men heeft nu al automaten tot het vervaardigen van eenvoudige voorwerpen, voor moeren, tapeinden en condensordoppen; voor lucifers en sleutels, pennen, naalden, spelden en spijkers; automaten, die perronkaartjes, postzegels of chocolade uitreiken na inwerping van een geldstuk; automatische rekenmachines, autom. restaurants, de schrijfmachine is een automaat en in de fonola heeft men een automaat, die muziek maakt.
Etymologie
*van de vanaf 1902 door Duitse fabrikant voor zijn pianola's gebruikte merknaam "Phonola", vermoedelijk een kofferwoord van "phonograph" en "pianola"; in de betekenis "pianola" aangetroffen vanaf 1909 (zie vindplaats hieronder)[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011035087:mpeg21:a0047 advertentie "Phonola" in: Bataviaasch Nieuwsblad jrg. 23 nr. 85 (13 maart 1908)]; p. 12; geraadpleegd 2019-11-16[http://www.pianola.org/factsheets/phonola.cfm The Phonoloa and the Solophonola (2008) op website The Pianola Institute: pianola.org]; geraadpleegd 2019-11-16[https://www.pianola.nl/Pianola_Museum/Naessens_2.html W. Naessens vervolg op website Pianola Museum: pianola.nl]; geraadpleegd 2019-11-16
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek