fluiter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die fluit of op een fluit blaast
- (zangvogels) groenige zangvogel met gele keel, wiens karakteristieke zang uit een triller van tonen bestaat
Etymologie
* van fluiten
Vertalingen
Franspouillot siffleur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek