fluisteraar

mannelijk (de)/ˈflœystəˌrar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zachtjes praat
  2. iemand die iets of iemand zo goed begrijpt en aanvoelt dat hij zelfs met fluisteren nog de baas is
    De paardenfluisteraar had geen zweepje nodig om het wilde paard te kunnen temmen.
    Een vrouwenfluisteraar kan makkelijk vrouwen versieren.

Etymologie

van fluisteren