fluisteraar
mannelijk (de)/ˈflœystəˌrar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zachtjes praat
- iemand die iets of iemand zo goed begrijpt en aanvoelt dat hij zelfs met fluisteren nog de baas isDe paardenfluisteraar had geen zweepje nodig om het wilde paard te kunnen temmen.Een vrouwenfluisteraar kan makkelijk vrouwen versieren.
Etymologie
van fluisteren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek