exit

mannelijk (de)/ˈɛksɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) verlaten van het toneel door een acteur
    Bij de finale verschijnt de leidende acteur van de groep als roverhoofdman, vertoont een indrukwekkende pose en maakt zijn exit (…)
  2. figuurlijk (figuurlijk) abrupt vertrek uit het publieke leven
    Na de exit van Usain Bolt uit de atletieksport deze zomer ontstond een wereldwijde kakofonie over de vraag wie de grootste sporter aller tijden is.
  3. het weggaan, verlaten
    De dood in deze roman betekent echter meer dan zich terugtrekken, meer dan een exit, hij verwijst ook naar het binnentreden in een hogere, transcendente orde van bestaan.
    Het Papiere terrain is te bekrompen, om 'er het wonderlyk leeven van Sr. Brandis op te ontginnen, dies zal ik zyn leevensloop verwaarloozen, (hy is de duizenste niet, geweest die ze heeft verwaarloost) om zyn Exit uit dit hobbelig dal te beschryven.
  4. manier om ergens uit te komen
    Hoofdpersoon Cheryl praat vooral met zichzelf terwijl ze door de Californische natuur zwerft, op zoek naar een exit uit haar deprimerende bestaan.

Etymologie

[http://dbnl.org/tekst/_gid001186401_01/_gid001186401_01_0069.php?q=exithl1 "Ferdinand Lasalle." in: De Gids. jrg. 28 deel 4 nr. 10 (oktober 1864) P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam]; p. 1; geraadpleegd 2017-10-08