vertrek
onzijdig (het)/vərˈtrɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde), (wonen) een afgesloten deel van een woningHij verliet het vertrek en begaf zich naar het balkon.
- de actie van het vertrekken of weggaanZijn vertrek kwam nogal onaangekondigd.Pakistan International Airlines’ (PIA) vlucht PK702 was afgelopen vrijdag om 21.20 uur klaar voor vertrek naar Islamabad. Tubantia Florian van Impe 10-06-19 [https://www.tubantia.nl/buitenland/vrouw-opent-per-ongeluk-nooduitgang-in-plaats-van-toilet-vlucht-7-uur-vertraagd~add9ba3a/ Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd]
Etymologie
*[2] van vertrekken.
Vertalingen
Engelschamber, room, departure
DuitsAbfahrt
Spaanscámara, cuarto, habitación
Portugeesabalada
Russischотправление
Zweedsavgång
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek