evenhoevigen
/ˌevənˈhuvəɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een orde van zoogdieren met een even aantal tenen met hoeven
Etymologie
*"evenhoevige" met de uitgang -n
Vertalingen
Spaansartiodáctilos, Artiodactyla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*"evenhoevige" met de uitgang -n