evenhoevige

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌevənˈhuvəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor een dier uit de orde , zoogdieren met twee of vier tenen met hoeven
    Vind je een hoefafdruk met twee (koe) of vier (varken) klauwen dan gaat het om een evenhoevige.
    MKZ is een ziekteverwekker die om zichzelf in stand te houden evenhoevige dieren nodig heeft.

Etymologie

*: evenhoevig met de uitgang -e