Evenaar
mannelijk (de)/ˈevəˌnar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidtBij het voor het eerst passeren van de evenaar werden passagiers aan boord van schepen met Neptunus geconfronteerd.
- (verouderd) dat wat gelijk van gewicht is, evenwicht Nederduitsch taalkundig woordenboek. (1807-1811)..die den evenaar van de fransche en spaansche Mogentheden noode zagen overslaan.
Etymologie
*evenáár: "evenaren" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelsequator
Franséquateur
DuitsÄquator
Spaansecuador
Italiaansequatore
Zweedsekvator
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek