emigrant

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landverhuizer die zijn land verlaat om zich ergens anders te vestigen
    Vilhelm Moberg had het derde en laatste deel uitgebracht van zijn serie over emigranten die immigranten werden, De kolonisten.

Etymologie

* van emigreren

Vertalingen

Fransémigrant
Spaansemigrante