emigrante

vrouwelijk (de)/emiˈɣrɑntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die naar een ander land verhuist
    Sof ka N., vroeger verpleegster in het witte leger van Wrangel, nu emigrante in Parijs, zegt over Rusland sprekend: ‘Al is het dan van de sovjets, ik zie het toch als mijn Rusland, als een eenheid die ik door niemand zou willen zien aangetast.

Etymologie

*afgeleid van "emigrant"