emigrante
vrouwelijk (de)/emiˈɣrɑntə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die naar een ander land verhuistSof ka N., vroeger verpleegster in het witte leger van Wrangel, nu emigrante in Parijs, zegt over Rusland sprekend: ‘Al is het dan van de sovjets, ik zie het toch als mijn Rusland, als een eenheid die ik door niemand zou willen zien aangetast.
Etymologie
*afgeleid van "emigrant"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek