elektronicus

mannelijk (de)/elɛkˈtroniˌkʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die zich beroepsmatig bezig houdt met de electronica
    De Red E werd vrijdagavond in De Grolsch Veste onthuld onder toeziend oog van zo'n 300 belangstellenden en ondervindt op de weg evenveel weerstand als een colablikje. Het verbruik is ook miniem: “Met een snelheid van 80 kilometer per uur verbruikt de Red E net zoveel als een tosti-ijzer,” aldus elektronicus Rob Kräwinkel.

Etymologie

* afleiding van technicus