elektriciteit
vrouwelijk (de)/eˌlɛktrɪsiˈtɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) de verzameling verschijnselen die met elektrische lading van doen hebben
- (elektrotechniek) de elektrische stroom als energiedragerZo'n 80 procent van de elektriciteit die in Nederland wordt verbruikt, gebeurt door zakelijke verbruikers, de resterende 20 procent door huishoudens
Etymologie
*afgeleid van elektrisch
Vertalingen
Engelselectricity
Fransélectricité
DuitsElektrizität
Spaanselectricidad
Italiaanselettricità
Portugeeseletricidade
Russischэлектричество
Chinees電
Japans電気
Koreaans전기
Arabischكهرباء
Turkselektrik
Poolselektryczność
Zweedselektricitet
Deenselektricitet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek