Egelantier
mannelijk (de)/ˌeɣəlɑnˈtir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) roosachtige heester met stevige, hakig tot sikkelvormig gebogen stekels, beklierde, naar appels of wijn geurende blaadjes, witte tot felroze bloemen en scharlakenrode rozenbottels
Etymologie
*via Middelnederlands "egelentier" van "eglentier", in de betekenis van ‘wilde roos’ voor het eerst aangetroffen in 1225
Vertalingen
Engelssweetbrier, sweetbriar
Franséglantier
DuitsWeinrose, Zaunrose
Spaansmosqueta, rosa mosqueta
Italiaansrosa balsamina
Poolsróża rdzawa, róża szkocka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek