egels
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (insecteneters) een familie van zoogdieren uit de orde der insecteneters (Eulipotyphla). Er bestaan 24 soorten waarvan acht haaregels (onderfamilie Hylomyinae) uit Zuidoost-Azië, die geen stekels maar haren hebben en eruitzien als een soort ratten, en vijftien stekelegels (onderfamilie Erinaceinae). Stekelegels komen voor in Azië, Europa en Afrika
Etymologie
* "egel" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek