duizeling

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aanval van lichte duizeligheid
    Onlangs werd ik bevangen door wat, geloof ik, een 'historische duizeling heet. In een necrologie van de vorige maand overleden Amerikaanse filosoof Hilary Putnam las ik dat Putnam in zijn jonge jaren heeft samengewerkt met Albert Einstein. In mijn eigen jonge jaren heb ik Putnam geïnterviewd voor Filosofie Magazine. Bij die gelegenheid schudde ik Putnam de hand, en Putnam heeft ongetwijfeld de hand geschud van Einstein. Dus ooit was ik, meisje uit de polder, slechts één handdruk verwijderd van de grote, mythische Einstein! Volkskrant Marjan Slob 7 april 2016

Etymologie

* van duizelen

Vertalingen

Engelsdizziness, dizzy spell, vertigo
Spaansvértigo