bedwelming

vrouwelijk (de)/bə'dwɛlmɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verlies van bewustzijn door toedoen van een gas of ander middel
    Toen ze ook wakker werd, waren ze elkaar gaan kussen en in de benevelde bedwelming van zijn eerste kater hadden Laetitia en hij seks gehad.

Etymologie

* Naamwoord van handeling van bedwelmen