dubbelzout

onzijdig (het)/ˈdʏbəlˌzɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) stof die bestaat uit moleculen met twee verschillende positieve ionen en een negatief ion of twee verschillende negatieve ionen en een positief ion
    Wie niet vertrouwd zou zijn met aluin moet uiteraard vooraf weten dat ‘dit dubbelzout van aluminium- en kaliumsulfaat één der meest onontbeerlijke grondstoffen was voor de textielnijverheid (…)’.
  2. extra zout smakend
    Voor hen is het Nederlands het taaltje van lieve maar rare ouders die volharden in dit idioom en leven in de logica van zuurkool, stroopwafels en dubbelzoute drop.

Etymologie

*: (intensief),