druilen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen
  2. absol, verouderd (absol) (verouderd) langzaam handelen of spreken, traag zijn
  3. onpr (onpr) regenachtig zijn, op lusteloze wijze regenen

Vertalingen

Engelsdoze, nap, slumber
Spaansechar la siesta