dutten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) kort en licht slapenHij zat een beetje te dutten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘suffen, soezen’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Vertalingen
Engelsdoze, nap, slumber
Spaansechar la siesta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek