dorpspolitiek
vrouwelijk (de)/'dɔrpspolitik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het machtsspel zoals dat gespeeld wordt in een kleine gemeenschapTerwijl aan de ramen het niemandsland voorbijtrok en Linda over dorpspolitiek praatte, dacht Frederik aan de glas-en-stenenwereld van Berlijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek