dorpspolitiek

vrouwelijk (de)/'dɔrpspolitik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het machtsspel zoals dat gespeeld wordt in een kleine gemeenschap
    Terwijl aan de ramen het niemandsland voorbijtrok en Linda over dorpspolitiek praatte, dacht Frederik aan de glas-en-stenenwereld van Berlijn.