dorpspastoor
mannelijk (de)/'dɔrpspɑstor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (rooms-katholiek) priester die de zielzorg voor een kleine plaats op het platteland heeftDe dorpspastoor had dus een omvangrijke taak, want behalve als landbouwer had hij als kerkelijk dienaar ook taken die tegenwoordig door de overheid worden geregeld, zoals het verzorgen van het onderwijs, de armenzorg en het begraven.[http://ubbega.nl/gebouwen/pastorie/ De weem; boerenbehuizing met veelzijdige bewoners], ubbega.nl
Vertalingen
Spaanscura de pueblo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek