doorzetten

/ˈdorzɛtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. volhouden, niet ophouden
    Ondanks het slechte weer zette de fietser de zware tocht door.
    Omdat de dooi doorzette, is de Elfstedentocht afgelast.
  2. erger worden
    Ik dacht ziek te worden, maar het zette gelukkig niet door.

Vertalingen

Engelspersevere
Franspersévérer