denken
/ˈdɛŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een oplossing proberen te zoeken, nadenkenNa lang denken vond hij uiteindelijk de uitkomst.
- biologisch proces in de hersenenNa het hersentrauma kon hij niet meer goed denken.
- een bepaalde mening toegedaan zijnBij wiskunde moet je niet denken dat iets de juiste uitkomst is, je moet het weten.In een oude National Geographic had ik ooit als kind een artikel over deze trail gelezen, 4.286 kilometer door Amerika. Dit heb ik altijd onthouden, maar ik had nooit gedacht dat zo’n lange wandeltocht voor mij weggelegd zou zijn.Wat volgens Brinkman ook vaak misgaat, is dat mensen denken beter te kunnen zwemmen dan eigenlijk het geval is.
- ~ aan: iets of iemand in gedachten hebbenIk moet nog vaak aan mijn overleden moeder denken.
- ~ aan: niet vergetenDenk eraan dat je morgen de vuilnisbak buiten zet.Maar Pietje had aan alles gedacht.
- ~ om: rekening houden met, niet vergetenJe moeder is ziek, dus denk erom stil te te zijn.
- ~ over: het plan hebben om iets te doen, maar nog niet zeker weten of dat ook echt in de praktijk wordt gebrachtHij denkt erover om te gaan emigreren.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands denken, dinken, uit Oudnederlands thencon, ontwikkeld uit Oergermaans *þankjan-, bij Indo-Europees *teng- ‘denken, voelen’, waartoe ook Oudlatijn tongēre ‘kennen, weten’, Tochaars B taṅkw- ‘liefde’ en Russisch tjanútʹ ‘wegen’ behoren. Evenals Nederduits/Duits denken, Fries tinke, Engels think en IJslands þekkja ‘(her)kennen’.
Uitdrukkingen
- Ik denk er niet aan — Dat ga ik zeker niet doen
- Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt — Ik voel daar helemaal niets voor, dat ga ik zeker niet doen
- Er het zijne van denken — Ergens een mening over hebben zonder die uit te spreken
- Niet verder zien ( of denken) dan zijn neus lang is — Kortzichtig zijnStoett-1620 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelsthink
Franspenser, réfléchir, penser
Duitsdenken, denken, finden
Spaanspensar, pensar, creer
Italiaanspensare, riflettere, pensare
Portugeespensar, pensar, achar
Russischдумать, думать, полагать
Chinees想
Japans考える, 思考する, 考える
Koreaans생각하다
Arabischفكر
Turksdüşünmek, sanmak
Poolsmyśleć, myśleć
Zweedstänka, tycka, anse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek