herinneren

/hɛˈrɪnərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) opnieuw in gedachte brengen
    Dat herinnert mij aan de goede oude tijd.
  2. refl (refl) zich ~: uit het geheugen opdiepen
    Hij kon zich die gebeurtenis niet herinneren.
    Langzaam begon de kroeg om mij heen te tollen, het was mooi geweest. Eenmaal buiten wist ik me gelukkig nog net mijn roze fiets te herinneren en daarop reed ik voorzichtig richting de Best Western.
    Ze zeiden dat het de koudste winter sinds honderd jaar was of in elk geval zo ver terug in de tijd als iemand zich kon herinneren. Het kwik daalde soms tot rond de -40, hoewel de wind minder erg was dan daarboven op de vlakte.

Etymologie

*afgeleid van in (2) en

Vertalingen

Engelsremind, remember
Fransrappeler, se souvenir, se rappeler
Duitserinnern, sich erinnern
Spaansrecordar, recordarse