cashewnoot

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛʃuˌnot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, voeding (plantkunde) (voeding) lekkernij, eetbaar zaadje van de acajouboom

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘notensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1968

Vertalingen

Engelscashew-nut
Fransanacarde
Spaansanacardo, nuez de anacardo, nuez de caoba