cashflow
mannelijk (de)/ˈkɛʃflo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) de in- en uitstroom van liquide middelenDe cashflow die hiermee is gemoeid, loopt in de miljarden euro's.Jezus! Waren ze plotseling allemaal miljonair? Wat verder de behoefte aan cashflow betrof, vervolgde directeur Solveig de presentatie met onverstoorbaar zelfvertrouwen, werden natuurlijk alle huurinkomsten overgeheveld naar rentekosten en herstelwerkzaamheden om het bedrijf niet te belasten met onnodige belastinguitgaven.
Etymologie
* van het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek