brommen

/ˈbrɔmə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een laag rommelend geluid voortbrengen
    Er werd als antwoord wat gebromd, maar duidelijkheid kwam er niet.
  2. boos, bestraffend of ontevreden praten
    De leraar bromde tegen zijn luie leerlingen.
    Toen ik bij de barman naar de wificode informeerde, bromde hij dat het internet al een week niet werkte.
  3. erga (erga) op een bromfiets ergens heen gaan
    Ik ben wel eens naar Giessendam gebromd.
  4. inerg (inerg) op een bromfiets rijden
    Hij had heel wat gebromd voordat hij zijn motorrijbewijs ging halen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘laag en dof geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477