Bromelia
mannelijk/vrouwelijk (de)/bro'melija/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planen uit de familie , de Bromeliaceeën, gekenmerkt door een rozet- of kokervormige inplanting van de bladeren en waarvan verscheidene soorten als kamerplant gekweekt worden
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘plantensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek