brom
mannelijk (de)/brɔm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) een laagfrequent (50-100 Hz) geluid (meestal ongewenst)
Etymologie
* In de betekenis van ‘dronken’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘dronken’ voor het eerst aangetroffen in 1898