bouwsteen
mannelijk (de)/ˈbɑusten/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) steen om mee te bouwen
- blok uit een bouwdoos
- elk onmisbaar onderdeel in figuurlijke zin gebruiktDie versneller moet de opvolger worden van de Large Hadron Collider (LHC), die na aanpassingen overigens nog tot 2040 metingen kan verrichten. De LHC is het pronkstuk van de huidige deeltjesfysica, de natuurkundetak die het tot zijn missie maakt om de allerkleinste bouwsteentjes te vinden waarvan alles om ons heen is gemaakt. Volkskrant George van Hal 21 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/wetenschap/cern-onthult-plannen-voor-nieuwe-megaversneller-van-100-kilometer~b447c001/ Cern onthult plannen voor nieuwe megaversneller van 100 kilometer]
Vertalingen
DuitsBaustein
Spaansladrillo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek