klinker
mannelijk (de)/ˈklɪŋkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) elke spraakklank waarbij de ademstroom nergens wordt afgeknepenHet Nederlands kent ongeveer zestien klinkers die als foneem fungeren.
- een letter of teken dat een dergelijke spraakklank voorsteltDe meest voorkomende klinker in het Nederlands is de e.
- (bouwkunde) een harde baksteen die door zijn structuur geen water opzuigtDe klinkers werden door de stratenmaker zorgvuldig in het zandbed gelegd.
- (beroep) Iemand die geholpen door de nageljongen met klinknagels voorwerpen aan elkaar klinkt
Etymologie
**[3] De naam klinker is afkomstig van het heldere geluid dat deze baksteen geeft als er op getikt wordt.
Vertalingen
Engelsvowel, brick
Fransvoyelle
DuitsVokal, Klinker
Spaansvocal
Italiaansvocale
Portugeesvogal
Japans母音
Poolssamogłoska
Zweedsvokal
Deensselvlyd, vokal, klinke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek